Je zit in een cruciale vergadering met ingenieurs. De blauwdrukken liggen verspreid over de tafel, de berekeningen zijn vlekkeloos en de visie is adembenemend. Je ontwerpt een ruimteschip dat de verpletterende druk van een gasreus moet weerstaan, of misschien een brug die een kloof overspant waar nog nooit een mens overheen is gegaan. Maar dan zucht de hoofdingenieur, leunt achterover en brengt de genadeslag uit: "We hebben simpelweg niet het unobtainium dat hiervoor nodig is."

Voor een buitenstaander klinkt het als een grap—een beetje sciencefiction-jargon om het onmogelijke af te doen. Je hebt het gezien in Hollywood-blockbusters als Avatar, waarin een lichtgevend mineraal het plot voortstuwt, of in The Core, waar een mythische substantie het enige is dat de mensheid behoedt voor uitsterven. Maar in de wereld van de natuurkunde en hoogwaardige techniek is "unobtainium" niet zomaar een filmcliché. Het is een echt, frustrerend concept dat bestaat in de kloof tussen wat we willen bouwen en wat de natuurwetten daadwerkelijk toelaten.

De tijdelijke aanduiding voor het onmogelijke

De term ontstond niet op een filmset; hij ontstond in de werkplaats. Hoewel de exacte oorsprong wordt betwist, kwam het voort als technisch jargon om een materiaal te beschrijven dat over de perfecte set eigenschappen beschikt voor een specifieke taak—eigenschappen die, simpelweg gezegd, niet voorkomen in ons huidige periodiek systeem [1].

Zie het als een tijdelijke aanduiding voor perfectie. Als je een katrolsysteem ontwerpt en het moet volledig gewichtloos en perfect wrijvingsloos zijn, dan zoek je niet naar een specifieke legering van staal of aluminium. Je zoekt naar unobtainium. Je zoekt naar een materiaal dat de fundamentele beperkingen van wrijving en massa tart. In deze context beschrijft het woord geen substantie; het beschrijft een gebrek. Het is een taalkundige erkenning dat de wiskunde klopt, maar dat het universum niet meewerkt.

Van fictie naar het laboratorium

De schoonheid van de term ligt in de veelzijdigheid, waarbij het een verschuivende ruimte inneemt tussen