Toen Luis Soriano besloot boeken naar kinderen op het Colombiaanse platteland te brengen, paste hij materiaal aan dat hij al had: de pakzadels van zijn twee ezels, die water vervoerden. Zijn leerlingen hadden thuis geen boeken en hij wilde dat ze iets te lezen hadden. Met hun aangepaste bepakking konden Alfa en Beto een reizende bibliotheek het platteland in dragen, samen met de leraar die de boeken had bijeengebracht.[1]
Soriano gaf Spaanse les in La Gloria en begon de verzameling met 70 boeken uit zijn eigen bezit. Later vertelde hij dat het project in 1997 was begonnen. Hij beschreef gemeenschappen waar kinderen geen scholen en leraren hadden en vaak werkten in plaats van naar de les te gaan. Om hun boeken te brengen, moest hij zelf op pad met twee dieren. Aan die manier van vervoeren dankte de bibliotheek haar naam: Biblioburro.[1][2][3]
Om drie uur 's ochtends begon Soriano op een doorsneedag de boeken voor zijn tocht uit te kiezen, vertelde hij in 2015 aan de Cotsen Children's Library van Princeton. Het werk van die dag bestond uit reizen, de kinderen bij elkaar brengen en hen helpen leren lezen. Vóór vijf uur 's middags was hij weer thuis. De boeken die de kinderen leenden, moesten eerst worden uitgekozen, op de ezels geladen en bij hen gebracht voordat er gelezen kon worden.[3]
Tijdens de weekendrondes die Carlos Rendón Zipagauta in zijn documentaire vastlegde, volgden de ezels paden die soms nauwelijks begaanbaar waren. Beken met hoog water vormden een van de hindernissen. Gewapende groepen en bandieten brachten nog andere gevaren met zich mee. Ook sommige kinderen legden grote afstanden af om Soriano te ontmoeten. Hij las hun voor en leerde hun hoe ze voor hun geleende boeken moesten zorgen. Hij nodigde hen uit om verhalen te vertellen en tekeningen te maken over hun leven. Zo kregen ze de ruimte om te vertellen over het geweld dat ze hadden meegemaakt en konden ze ook naar het verhaal van een ander luisteren.[2]
In het huis dat Soriano deelde met zijn vrouw Diana en hun drie kinderen, werd het door de schenkingen steeds moeilijker om alle boeken kwijt te kunnen. Een artikel dat verscheen bij de Amerikaanse televisie-uitzending van de film in 2011 beschreef hoe 4.800 boeken tot aan de plafonds lagen opgestapeld, terwijl een apart bibliotheekgebouw nog maar deels af was. Diana en de kinderen hielpen de collectie te catalogiseren en op te bergen. Diana opende ook een klein restaurant om bij te dragen aan de gezinsuitgaven. Voordat een kind een geschonken boek kon lenen, moest er in dat volle huis eerst iemand aan het werk.[2]
Ten tijde van het interview in 2015 telde Soriano 6.000 boeken, waaronder romans en fabels, maar ook woordenboeken en encyclopedieën. Op de vraag welke het populairst waren, noemde hij kinderverhalen en de naslagwerken waarin lezers dingen opzochten. Hij zocht ook naar manieren om leren met computers in het programma op te nemen, terwijl de boeken centraal bleven staan.[3]
Op filmdagen onder de naam Countryside Movies, oftewel Plattelandsfilms, konden de kinderen samen naar een film komen kijken. Soriano vertelde dat het programma vijf computers en een projector had, en sprak met plezier over die gezamenlijke vertoningen. Vervolgens kwam hij in hetzelfde interview weer terug op de apparatuur: de bibliotheek had dringend een televisie en een nieuwe projector nodig.[3]
Bronnen
- BBC Culture: Biblioburro
- Latino Public Broadcasting: De ezelbibliotheek
- Princeton Cotsen Children's Library: Interview met Luis Soriano
Foto: Acción Visual/Diana Arias, Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0. Bijgesneden en kleurconversie toegepast; ook deze bewerkte afbeelding valt onder CC BY-SA 3.0.



