Boven Nuuk staat Hans Egede nog altijd in metaal: een missionaris die uitkijkt over de Groenlandse hoofdstad die hij mede tot stand bracht. Het kleinere gedenkteken voor hem is vreemder: een regel uit het Onzevader waarin een brood verdwijnt en een zeehond ervoor in de plaats komt.[2][6]

Hans Egede, de lutherse missionaris die bekendstaat als de “Apostel van Groenland”, zou “Geef ons heden ons dagelijks brood” hebben vertaald als “Geef ons heden onze dagelijkse zeehond” voor Inuit-luisteraars die geen brood kenden en er ook geen woord voor hadden.

Egede werd in 1686 geboren in Harstad, in Denemarken-Noorwegen, en werd predikant in de Kerk van Noorwegen.[1] In het begin van de achttiende eeuw ging hij als missionaris naar Groenland, waar hij later nauw verbonden raakte met Godthåb, de nederzetting die nu Nuuk heet.[1][2] Latere beschrijvingen herinneren hem met de titel “Apostel van Groenland”, een formulering die het werk netter laat klinken dan het was.[2]

Een missionaris die met de Schrift arriveerde, bracht niet alleen leerstellingen mee. Hij bracht woorden uit de landbouw, woorden van de eettafel en beelden gevormd op plaatsen waar graan kon worden geplant, geoogst, gemalen, gebakken en gegeten. De Inuit-gemeenschappen van Groenland leefden in een heel andere voedselwereld, gevormd door vlees, vis, zeedieren, weer en ijs.[4][5]

De lastige zin was een van de bekendste in het christendom. In de King James Version van Matteüs luidt hij: “Give us this day our daily bread.”[3] Voor christenen die tussen broden waren opgegroeid, was de regel duidelijk genoeg. Brood betekende het alledaagse voedsel dat iemand nog een dag in leven hield. In verhalen over Egedes Groenlandse vertaling was juist het brood het probleem: Inuit-luisteraars hadden geen brood en ook geen woord ervoor.[4][6]

Zeehond loste het probleem op. Een latere navertelling van VilNews geeft de zin weer als “Give us this day our daily harbour seal” en legt uit dat gewone zeehonden destijds een belangrijk onderdeel waren van de voedselketen van de Inuit.[5] Een verslag van Cape Farewell, gebaseerd op wat een Groenlandse gids aan de expeditie vertelde, zegt dat Europeanen die het christendom naar Groenland brachten beseften dat “dagelijks brood” niets betekende voor mensen van wie het dieet volledig uit vlees en vis bestond. Zo werd het gebed: “Geef ons heden onze dagelijkse zeehond.”[4]

Van een afstand kan de verandering komisch klinken, alsof het simpelweg om een koudeklimaat-vervanging ging. Van dichtbij laat ze de scherpe kant van vertalen zien. Een letterlijk brood zou het Europese voorwerp hebben behouden, maar het verzoek verloren laten gaan. Een zeehond behield het verzoek door het voorwerp te veranderen. Het gebed vroeg om het voedsel dat vandaag overleven mogelijk maakt, en in die omgeving droeg zeehond die betekenis beter dan brood.[2][5]

Egedes werk in Groenland bestond uit meer dan één geïmproviseerde formulering. Het verslag van SermonCentral zegt dat hij de taal van de Inuit bestudeerde en probeerde het christendom over te brengen in woorden die lokale mensen konden begrijpen.[2] Dat soort vertaling stelt vóór de theologische vraag eerst een praktische: waar raakt deze zin het leven van de luisteraar?

De oude regel bleef voortleven omdat hij in een paar woorden een hele ontmoeting bevat. Een Europees gebed stak over naar een Arctische voedselwereld en kwam veranderd terug: zonder tarweveld, zonder oven, zonder brood op tafel, alleen het donkere lichaam van een zeehond als stand-in voor de dagelijkse behoefte.

Bronnen

  1. Hans Egede, Wikipedia
  2. “Our Daily Seal?” by David Simpson, SermonCentral
  3. Matthew 6:11, King James Version, BibleGateway
  4. “The GreenLand’s Prayer,” Cape Farewell Disko Bay Expedition
  5. “Give us this day our daily harbour seal,” VilNews
  6. “Translating the Lord’s Prayer into a language with no word for bread,” Althouse