Bruno Maureille hield halt bij een kalkstenen richel in Zuidwest-Frankrijk en wees naar iets bleeks en smals, als een afgebroken potlood dat in de aarde was blijven steken. Het was een bewerkt rendierbot. Vlakbij lag een stenen werktuig, grofweg in de vorm van een handgrote D, waarschijnlijk gebruikt om 50.000 jaar geleden vlees van botten te snijden.[1]

Neanderthalers werden ooit neergezet als lompe, domme holbewoners, maar vondsten uit Frankrijk, Siberië, Spanje en andere plaatsen laten nu een bekwame menselijke verwant zien: vaardige werktuigmakers, georganiseerde jagers, gebruikers van vuur, sociale wezens en mogelijke kunstenaars, met een intelligentie die veel dichter bij de onze lag dan oude stereotypen deden vermoeden.

Les Pradelles, ongeveer 450 kilometer ten zuidwesten van Parijs, heeft resten van neanderthalers, dierenbotten en stenen werktuigen opgeleverd van wat onderzoekers interpreteren als een slachtplaats.[1] De oude karikatuur rustte op een botte aanname: als neanderthalers verdwenen zijn, moeten ze wel inferieur zijn geweest. De botten en werktuigen maken dat standpunt steeds moeilijker vol te houden.

Fred H. Smith, fysisch antropoloog aan Loyola University Chicago, vertelde Smithsonian dat vroege Europese antropologen neanderthalers zagen als “primitieve mensen” en zelfs als “ondermensen”, aaseters met simpele werktuigen en zonder taal of symbolisch denken.[1] Tegenwoordig beschouwen onderzoekers hen, aldus Smith, als zeer intelligent en in staat zich aan veel ecologische zones aan te passen.[1]

Het werktuig was een aanwijzing

Een handgrote stenen snijrand uit een jachtkamp draagt als het ware een biografie met zich mee. Neanderthalers maakten geavanceerde werktuigen, gebruikten vuur, droegen kleding en bouwden schuilplaatsen.[3] Ze jaagden ook in georganiseerde groepen op grote dieren, wat samenwerking, timing en gedeelde kennis vereiste in plaats van willekeurig geweld.[3]

De Levallois-methode, een van de bekendste steenbewerkingstechnieken van neanderthalers, vereiste dat de maker een stenen kern in een vooraf geplande reeks vormgaf voordat hij er een bruikbare scherf vanaf sloeg.[4] Ander bewijs wijst op beheerst vuur, gekookt voedsel en plantaardige lijmstoffen om werktuigen mee te verbinden: een praktische vorm van prehistorische chemie.[5]

In de Tsjagyrskaja-grot in het Altajgebergte in Zuid-Siberië verschuift het bewijs van soort naar huishouden. De grot keek uit over een groene riviervallei waar bizons, paarden en rendieren konden worden gespot.[2] Opgravingen leverden er ongeveer 90.000 stenen werktuigen, 300.000 botfragmenten en resten op van minstens 11 genetisch verwante neanderthalers, onder wie een vader, zijn tienerdochter en neven en nichten.[2] Het was een familiegroep op een zorgvuldig gekozen plek, levend van vaardigheid, herinnering en gedeelde arbeid.

Het sociale dier in de grot

Sommige neanderthalerlocaties wijzen op meer dan alleen jacht. Bewijs suggereert dat ze mogelijk voor zieken zorgden en hun doden begroeven.[1] Onderzoekssamenvattingen beschrijven ook gemeenschappen die sieraden maakten en mogelijk grotkunst creëerden.[3] In Spanje zijn abstracte ontwerpen op stalagmieten gedateerd op meer dan 60.000 jaar geleden, en andere vondsten omvatten adelaarsklauwen en schelpen die tot persoonlijke versieringen waren verwerkt.[5]

Die herwaardering kent grenzen. Neanderthalers hadden lichamen die verschilden van die van moderne mensen, met onder meer stevigere bouw, grote neuzen en uitgesproken wenkbrauwbogen.[4] Hun verdwijning rond 40.000 jaar geleden wordt nog altijd onderzocht, met mogelijke verklaringen zoals concurrentie met Homo sapiens, klimaatverandering, bevolkingskrimp en opname door onderlinge voortplanting.[3] Uitsterven is echter geen intelligentietest.

Het beeld van de gebogen bruut ontstond deels door een beschadigd skelet. Een reconstructie uit 1911 door Marcellin Boule hielp het kromgebogen, behaarde beeld in het publieke bewustzijn te verankeren, maar die was gebaseerd op resten van een oudere persoon wiens botten misvormingen en een kromming van de wervelkolom vertoonden.[4] Een ziek oud lichaam werd zo de houding van een hele soort.

Terug in de kalksteengroeve bij Les Pradelles is het weerwoord klein genoeg om in de hand te houden: een ogenschijnlijk afgebroken rendierbot, een bewerkte stenen snijrand en de resten van een maaltijd, verwerkt door handen die precies wisten wat ze deden.[1]

Bronnen

  1. Smithsonian Magazine, “Rethinking Neanderthals”
  2. Newsweek, “Neanderthals Were Smart, Sophisticated, Creative and Misunderstood”
  3. Smithsonian Magazine, “Neanderthals: Our Misunderstood Prehistoric Relatives”
  4. TheCollector, “Neanderthal Nonsense: Debunking Myths About Our Ancient Cousins”
  5. Living DNA, “Debunking Neanderthal Myths: Setting the Record Straight on Our Ancient Cousins”