In 2019 omhulde de National Trust for Scotland het Hill House van Charles Rennie Mackintosh met een reusachtige doos van maliën. Nadat het huis in Helensburgh meer dan een eeuw regen had opgenomen, had het beschutting nodig om te kunnen drogen. Daarom gaven de beheerders het een tweede dak, hoog boven het oorspronkelijke, en metalen gaaswanden die lucht doorlieten. Ze zorgden er ook voor dat bezoekers rond en boven het huis konden lopen terwijl de conserveringswerkzaamheden doorgingen.[1][3][4]
Toen uitgever Walter Blackie in 1902 opdracht gaf voor de bouw van het huis, had hij vrij uitgesproken ideeën over hoe het eruit moest zien. Toen hij zo’n veertig jaar later op de opdracht terugblikte, zei hij dat hij rode pannendaken tegen de sombere luchten van West-Schotland niet mooi vond. Hij gaf de voorkeur aan grijze, ruw gepleisterde muren met een leien dak. Mackintosh was het daarmee eens. Het huis, dat in 1904 werd voltooid, had lichte oppervlakken die doorliepen over de bovenkanten van schoorstenen en borstweringen, met weinig uitstekende versieringen die ze onderbraken.[1]
In de daaropvolgende decennia drong regen door scheuren in die zorgvuldig gekozen buitenlaag. De cementrijke, ruwe pleisterlaag was hard en ondoorlatend, waardoor water dat het onderliggende metselwerk bereikte moeilijk weer naar buiten kon verdampen. Mackintosh had ook uitspringende vensterbanken en muurafdekkingen achterwege gelaten, zodat blootgestelde delen van het gebouw die beschermende randen misten. De doorweekte muren verzwakten, vocht drong de kamers binnen en er ontstond huiszwam in een woning waarvan het interieur ook werk van Margaret Macdonald Mackintosh bevatte.[1][2]
Bij reparaties in 1988 en 1989 probeerden restauratoren zo veel mogelijk van de oorspronkelijke afwerklaag te behouden, zelfs waar die van het metselwerk was losgekomen. Ze spoten injectiemortel in de holtes, boorden door de pleisterlaag heen de muur in en brachten koolstofvezelstaven aan waaraan de laag in feite hing. Doordat de uiteinden van de staven net onder het oppervlak lagen en de gaten waren opgevuld, kon iemand het huis bewonderen zonder te zien welke vindingrijke oplossing de buitenlaag bijeenhield.[1]
In 2018 brachten onderzoeksteams van Historic Environment Scotland laserscanners en apparatuur voor vochtmetingen mee om te onderzoeken wat er achter het oppervlak gebeurde. Ze legden het huis in drie dimensies vast, gebruikten infraroodbeelden om temperatuurverschillen in kaart te brengen en maten het vochtgehalte met microgolven. Door de resultaten te combineren konden ze opgesloten vocht lokaliseren en mogelijke routes van water door het gebouw vaststellen. De onderzoeken gaven de beheerders een beter beeld van de schade, maar konden die niet tegenhouden.[2]
Voor het huis zelf ontwierp Carmody Groarke een beschermende constructie die groot genoeg was om het hele gebouw te omsluiten. Robertson bouwde die in 2019, met een dicht dak en doorlatende zijwanden van maliën. De constructie moest de regen tegenhouden en tegelijk lucht rond het doorweekte metselwerk laten circuleren. Het drogen zou verdere conserveringswerkzaamheden mogelijk maken. De doos bood ook bescherming terwijl er naar een oplossing voor de langere termijn werd gezocht voor de gebrekkige pleisterlaag.[1][3]
Binnen de omhulling bleef genoeg ruimte over voor verhoogde loopbruggen rond en boven het gebouw van Mackintosh, waardoor het publiek bij deze langdurige reparatie werd betrokken. Bezoekers konden langs de bovenste delen van het huis omhoogklimmen en over het dak kijken, met door het gaas heen uitzicht op het estuarium van de Clyde.[3][4]
Bronnen
- The Hunterian, Universiteit van Glasgow: The Hill House, beschrijving
- Historic Environment Scotland: Wetenschappelijke samenwerking voor monumentenbehoud in de praktijk
- Robertson: De doos rond het Hill House
- Built Environment Forum Scotland: Hill House
Afbeelding: De omhulling van het Hill House in september 2019, gefotografeerd door AlasdairW / Wikimedia Commons. Formaat aangepast en aan de zijkanten aangevuld met onscherpe vlakken; deze bewerkte versie van de afbeelding valt onder de licentie CC BY-SA 4.0.



