Voor Kerstmis in 1888 kregen kinderen die hoopten op een van Thomas Edisons pratende poppen een verklaring die het uitstel heel redelijk deed klinken: de poppen leerden nog praten. Zijn secretaris, Alfred Ord Tate, stuurde een standaardbrief waarin stond dat ze niet voor Pasen klaar zouden zijn. Die verklaring gaf de poppen als het ware een eigen kindertijd, terwijl vrouwen in het laboratorium de voordrachten oefenden die ze zouden laten spreken.[3]
Edison had vrouwen in dienst genomen om kinderrijmpjes in te spreken in kleine opnameapparaten, omdat er geen commercieel haalbare manier was om de opnamen te kopiëren. Een voorraad opgenomen stemmen aanleggen betekende dat er mensen aan de apparaten moesten blijven werken. Een verslaggever die in november 1888 op bezoek kwam, trof twee vrouwen aan die er voortdurend in spraken, terwijl een werkman de kleine apparaatjes vervaardigde. Tot het bewaard gebleven materiaal dat van dit werk getuigt, behoort een tinnen cilinder met een voordracht van «Twinkle, Twinkle, Little Star» door een onbekende vrouw.[1]
In augustus 1889 vroeg Edisons medewerker Charles Batchelor het speelgoedbedrijf al om zijn lijst met versjes, zodat de stemmen vooraf konden worden getraind. Hij wilde de voordragers tijd geven om te oefenen, want de manier waarop een versje werd uitgesproken, was van invloed op het resultaat. In april van het daaropvolgende jaar beschreef Scientific American voordragers in afzonderlijke hokjes, die allemaal kinderrijmpjes reciteerden, terwijl de fonografen hun eigen herhalingen aan het lawaai toevoegden.[2]
De poppen kwamen die april eindelijk in de verkoop, met geluidsdragers van was in plaats van de eerdere tinnen exemplaren. Edison had tijdens de ontwikkeling zijn eigen stem geprobeerd, maar volgens verslagen uit die tijd klonken mannenstemmen uit poppen die kleine meisjes voorstelden komisch misplaatst. Ook met de beter passende stemmen van vrouwen en meisjes moesten de woorden nog verstaanbaar blijven bij het afspelen via het kleine mechanisme van de pop.[3]
Al voor de introductie vreesde investeerder J. T. Spalding dat luisteraars de poppen alleen konden verstaan als ze al wisten wat het speelgoed hoorde te zeggen. Bekende kinderrijmpjes gaven de luisteraar een nuttig aanknopingspunt. Een handslinger met een constante snelheid laten draaien was een ander probleem, en het miniatuurmechanisme vervormde de stem zelfs wanneer de geluidsdrager nieuw was. Ook een nieuwe opname kon onnatuurlijk klinken, vooral wanneer degene die aan de slinger draaide, versnelde of vertraagde.[2]
Binnen een maand na de introductie was de productie gestopt. In 1896 werden de fonografen verwijderd uit de poppen die nog in de opslag lagen, en werden de poppen zonder hun stemmen verkocht.[3] Een eerdere tinnen geluidsdrager bleef bewaard tussen de spullen in het bureau van Edisons secretaris William H. Meadowcroft; conservatoren van het park catalogiseerden hem in 1967. De cilinder was ernstig verbogen geraakt, waardoor de conservatoren hem niet op de gebruikelijke manier konden afspelen.[1]
Op 11 mei 2011 haalden Carl Haber en Earl Cornell van Lawrence Berkeley National Laboratory het geluid terug door het oppervlak in drie dimensies te scannen en dat digitale model om te zetten in audio. Historicus Patrick Feaster hielp de opname te identificeren en te dateren op eind 1888. De identiteit van de vrouw bleef onbekend, maar bijna haar hele versje was te horen: in de herstelde opname ontbrak alleen de eerste lettergreep van het eerste woord.[1]
Bronnen
- Vroege opname voor een pratende pop ontdekt
- Veelgestelde vragen over de pratende pop: geluidsopnamen
- Patrick Feaster: een cultuurgeschiedenis van de geluidsopname voor Edisons pratende pop
Afbeelding: detail van de omslag van Scientific American van 26 april 1890, met een voordrachtskunstenares die een opname maakt tussen twee aanzichten van een pratende pop van Edison. Publiek domein, via Wikimedia Commons. Bijgesneden en op een neutrale achtergrond geplaatst.





